|
Recensie door Rick de Gier
Narnia, het magische land in de klerenkast, spreekt al jaren tot de verbeelding van filmmakers. Al driemaal eerder werd de creatie van theoloog/schrijver C.S. Lewis verfilmd, voor de Britse televisie in 1967, ’79 en ’88. Het sprookjesland lijkt in die producties vooral op een studio en wordt bevolkt door houterige animaties en mensen in dierenpakken. Na de zoveelste teleurstelling trokken de meeste Narnia-fans de conclusie dat de zevendelige boekenreeks simpelweg onverfilmbaar is.
Toch zorgden de geruchten dat er een nieuwe poging werd ondernomen, zo’n vijf jaar geleden, weer voor beroering. Inmiddels was er dan ook wel wat veranderd op filmgebied. Toen in 2001 bleek wat de Nieuw-Zeelandse regisseur Peter Jackson had gedaan met de eveneens onverfilmbaar geachte Lord of the Rings-cyclus van J.R.R. Tolkien, was er alle reden tot nieuwe hoop voor Narnia. Vooral toen bekend werd dat hetzelfde special-effects-bedrijf zijn medewerking zou verlenen aan The Lion, the Witch and the Wardrobe (het bekendste deel uit de reeks) en dat er een fors budget beschikbaar was.
Terwijl er steeds meer werd losgelaten over de voortgang van de film, begonnen veel christelijke Narnia-liefhebbers zich zorgen te maken. Zouden de filmmakers niet vooral willen inspelen op de fantasytrend rond Harry Potter en Lord of the Rings? Zou er wel iets overblijven van Lewis’ unieke verteltrant en de christelijke symboliek die als een rode draad door zijn verhalen loopt? De bekendmaking dat Walt Disney bij de film betrokken was en geruchten dat het verhaal van Engeland tijdens de Tweede Wereldoorlog zou zijn verplaatst naar hedendaags Los Angeles, maakten het er niet veel beter op.
Bezorgde fans kunnen inmiddels worden gerustgesteld. Zoals coproducent Douglas Gresham, stiefzoon van C.S. Lewis en strenge bewaker van zijn erfgoed, al had beloofd, volgt de verfilming van The Lion, the Witch and the Wardrobe het boek zeer getrouw en is van de christelijke lading weinig verloren gegaan.
Het verhaal begint in oorlogstijd in Londen. Na een bombardement stuurt de moeder van Peter, Susan, Edmund en Lucy haar kinderen voor de veiligheid naar het landhuis van een ver familielid, een mysterieuze oude professor. Tijdens een potje verstoppertje ontdekt de kleine Lucy een klerenkast waarachter een winters bos verscholen ligt. Daar ontmoet ze een faun (half mens, half geit), die haar vertelt dat ze in Narnia is beland. In het magische land vol pratende dieren en mythologische figuren is het al honderd jaar winter, omdat de boze heks Jadis aan de macht is. Wanneer Lucy een tijd later terugkeert met haar broers en zus, ontdekken de vier dat hun komst al eeuwen geleden is voorspeld en dat ze de leeuw Aslan, de koning van Narnia, moeten helpen de heks te verslaan.
Precies zoals C.S. Lewis het heeft bedacht dus. Maar dat maakt de productie nog niet direct geslaagd. Wat The Lion, the Witch and the Wardrobe lastig te beoordelen maakt, is dat de film in de media is neergezet als een soort opvolger van de Lord of the Rings-films. Niet letterlijk, maar aan een vergelijking valt moeilijk te ontkomen: een deel van hetzelfde team was bij beide films betrokken, er is van dezelfde locaties gebruikgemaakt, beide verhalen spelen zich af in magische werelden waar allerhande fabeldieren wonen en de bedenkers waren met elkaar bevriend. Of vergelijken nou eerlijk is of niet, het moet gezegd dat The Lion, the Witch and the Wardrobe niet kan tippen aan de Lord of the Rings-films. Dat zal voor een deel te maken hebben met de kundigheid van de regisseurs; Peter Jackson heeft zich bewezen als een van de grootmeesters van zijn tijd, terwijl Narnia-regisseur Andrew Adamson hiervóór alleen betrokken was bij de tekenfilm Shrek. Zijn onervarenheid blijkt uit de houterigheid van sommige dialogen en acteerprestaties.
Maar vooral pijnlijk is een vergelijking van de plots. Natuurlijk, Lord of the Rings is bedoeld voor volwassenen en Narnia voor kinderen, maar in die eerste zijn alle personages minutieus uitgedacht en hebben alle plotlijnen een belangrijke functie, terwijl de gebeurtenissen in dit Narnia-deel anekdotisch worden opgestapeld en veel personages van bordkarton zijn. Het verhaal laat veel vragen onbeantwoord – waar komt de heks vandaan? Waar is Aslan die honderd jaar geweest? Wat ís Narnia eigenlijk en hoe zit het met de verbinding naar onze wereld? Wat is dat voor profetie die opeens uit de lucht komt vallen? En wat doet de kerstman in dit verhaal?
Is de rammelende plot aan Lewis te wijten? Voor een deel waarschijnlijk. Hij had bij lange niet de ambitie van Tolkien, die zijn halve leven aan zijn trilogie wijdde, maar schreef het verhaal in eerste instantie om aan zijn petekind voor te lezen. Dat er maar liefst zes vervolgen zouden komen, had Lewis toen nog niet bedacht. De achtergrond van zijn magische wereld werd dan ook pas later echt bevredigend uitgewerkt. Zo is in de latere boeken te lezen hoe Narnia werd geschapen, hoe de heks aan de macht kwam en hoe het Narnia in de toekomst zal vergaan (later werd de volgorde van de boeken gewijzigd, zodat The Lion, the Witch and the Wardrobe deel twee in de serie werd). Als die delen ook nog worden verfilmd, zoals in de planning staat, zal deze eerste film misschien alsnog beter op z’n plaats vallen.
Het gebrekkige verhaal in de film kan niet alleen op het conto van Lewis worden geschreven – het gaat immers wel om een van de populairste kinderboeken aller tijden. Lewis’ kracht lag vooral in de beschrijving, in het prikkelen van de fantasie. Zoals voor meer boekverfilmingen opgaat, wordt misschien een deel van die magie tenietgedaan doordat alles nu wordt ingevuld. En daarbij is er flink wat geschrapt omwille van de lengte, wat het verhaal en de karakterontwikkeling natuurlijk ook niet ten goede komt.
Maar tot zover de kritiek. Daarnaast valt voldoende positiefs te melden. Vooral de tweede helft bevat een paar oogverblindende scènes, met als hoogtepunt de spectaculaire veldslag aan het eind. En zodra Aslan ten tonele verschijnt wordt de plot opeens stukken interessanter. Misschien omdat dan pas Lewis’ echte bedoeling met het verhaal duidelijk wordt. Over de christelijke symboliek in de Narnia-reeks is al veel gediscussieerd; in niet-christelijke kringen wordt die meestal gebagatelliseerd en ook de PR-afdeling van de film zwijgt er liever over, maar Lewis zelf was vrij duidelijk. Een allegorie wilde hij Narnia niet noemen: ,,Ik heb niet gedacht: ‘laat ik Jezus zoals die in onze wereld is, in Narnia verbeelden als leeuw’, maar eerder: ‘laten we ons inbeelden dat er een land was als Narnia en dat de Zoon van God daar een leeuw werd, zoals hij in onze wereld een mens werd, en ons dan voorstellen wat er verder zou gebeuren’.’’
En dus moeten in Narnia ook begrippen als zonde, boete en vergeving worden verbeeld. De zonde is er in de vorm van Edmund, die als een Judas de komst van Aslan verraadt aan de heks. Aslan vergeeft hem dit, maar daarmee is de zonde nog niet uitgewist, zoals de heks Aslan komt inpeperen. Er is immers een algemene wet in Narnia die voorschrijft dat de balans tussen goed en kwaad niet mag worden verstoord: schuld moet altijd worden bestraft. Aslan weet dat maar al te goed: ‘Ik was erbij toen die wet geschreven werd.’ En vervolgens spreekt hij met de heks af in Edmunds plaats te zullen sterven.
De scène waarin Aslan wordt gedood is de beste - en engste - van de film. Als verbeelding van het evangelie zegt die scène in zekere zin meer dan de hele Passion of the Christ. Misschien omdat zo’n complex gegeven beter symbolisch kan worden geïllustreerd dan zo letterlijk mogelijk gereconstrueerd. Waar de film van Mel Gibson toch vooral blijft steken in het fysieke aspect van Jezus’ sterven, weet The Lion, the Witch and the Wardrobe het geestelijke verhaal bondig en helder te communiceren. De leeuw loopt uit vrije wil naar de slachtbank, waar hij wordt vastgebonden en bespot door een feestvierende menigte van trollen, vampiers en andere enge vertegenwoordigers van het kwaad. Hij kan gemakkelijk vluchten, maar ondergaat het in de wetenschap dat de eerdergenoemde regel met de dood en opstanding van een onschuldige komt te vervallen.
Over de engheid van de film gesproken, zo heftig als in The Lord of the Rings wordt het nooit, maar de originele versie heeft wel een 12+-keuring ontvangen. Daarnaast verschijnt een Nederlands gesproken versie waar de allerengste beelden uit zijn gehaald, zodat daar kinderen vanaf zes jaar heen kunnen.
Deze recensie werd eerder gepubliceerd in CV•Koers (december 2005).
Recensie van Chris de Jong
Walt Disney kwam een paar jaar terug met een film gebaseerd op het bekende boek van C.S. Lewis: De leeuw, de heks en het land in de kleerkast. Na de imposante serie over de boeken van Tolkien en naast de steeds griezeliger films van Harry Potter die de afgelopen jaren een must waren voor de kerstvakantie wordt met deze film een alternatief geboden voor wie al dat gegriezel en gevecht niet zo hoeft.
Disney werft met de film over Narnia nadrukkelijk onder kinderen en heeft in Nederland zelfs twee versies doen verschijnen met elk een eigen filmkeuring: de originele voor kinderen vanaf 12 jaar en de Nederlandstalige voor kinderen vanaf 6 onder begeleiding. In de laatstgenoemde versie is een aantal al te indrukwekkende momenten weggelaten, om de nachtrust van het kind (en de ouders!) te garanderen. En dat is wel sympathiek.
Maar daar blijft het niet bij: de film is een getrouwe versie van het boek, met dezelfde vaart en bovendien bijzonder fraai vormgegeven. En gelukkig is die vormgeving niet ten koste gegaan van de inhoud en toegankelijkheid van de film, zoals maar al te vaak gebeurt. Er zijn legio gebeurtenissen in de film waaraan kinderen zich kunnen spiegelen: hoe zou het zijn om in een sprookjesbos rond te lopen, om op de rug van een leeuw te rijden, om de held van het verhaal te worden en om koning of koningin te worden? Het verhaal is en blijft als een kinderdroom: “en ten slotte worden ze koning!” Nog theologisch correct ook, want ook Paulus schrijft over Adam in de context van het als koning heersen. En de kinderen heten in boek en film niet zonder reden zonen en dochters van Adam en Eva.
Omdat de film het boek zo nauwgezet volgt, noem ik een paar in het oog springende passages die buiten het brandpunt van het boek liggen en daardoor verrassende accenten aan het zo bekende verhaal geven.
Want met de voorkennis van het boek in het hoofd is het even schakelen in het begin van de film: in plaats van in een kinderfilm zit je middenin een bombardement. Bij Narnia zul je niet direct aan de Tweede Wereldoorlog denken. Toch wordt in de eerste regels van dit boek deze oorlog als de context neergezet voor de avonturen van de kinderen, als ze vanwege de oorlogsdreiging in de grote stad worden geëvacueerd naar het platteland. In het boek lees je daar makkelijk overheen, maar op het doek lukt dat niet, hoewel de scène – zeker op het geheel van de film – vrij kort is. De oorlog wordt als mensenwerk geschetst met aan de ene kant soldaten in machines die explosieven laten vallen en aan de andere kant de burgers in hun huizen die proberen het er levend van af te brengen.
De strijd waarin de kinderen later in de film verzeild raken wordt zo afgezet tegen de strijd die hun in hun eigen wereld overkomt, en waarvoor ze op de vlucht zijn. Maar zoals bekend wil dat laatste niet lukken wat betreft de strijd in Narnia: voor ze goed in de gaten hebben wat er speelt kunnen ze al niet meer terug. Dit is geen gevecht dat over hun hoofden heen door volwassenen wordt gestreden, dit is een gebeuren waarin de kinderen niet alleen een rol blijken te hebben; sterker nog, er werd zelfs op hen gewacht! Door beide partijen wel te verstaan…
Dat is het eerste accent van de film: de verantwoordelijkheid die de kinderen voor en in deze strijd hebben. Het is opvallend hoe vaak het woord schuld valt in de dialogen, niet zo’n populair begrip, maar wel ter zake. Wat ze doen doet ertoe – of je nu kind bent of niet!
Het tweede is die van het rolmodel. In de openingsscène zit dat thema al verborgen, in een heel mooi moment. Een van de kinderen wil niet zonder het portret van de vader (officier in het leger) de schuilkelder in. De behoefte van het kind aan een voorbeeldfiguur is voorbeeldig en ontroerend tegelijk. Ook hier wordt de kenner op het verkeerde been gezet, maar ik zeg niet hoe. Veel personages in de film vertonen voorbeeldig gedrag, maar dit is een van de mooiste. En niet eens te vinden in het boek. Dat is echt een sterk punt van deze film: de behoefte aan een voorbeeld (de vader, de leeuw) die in kinderen wordt herkend en verwerkt. De film kweekt als het ware een verlangen om goed en dapper te zijn. Een verademing, na de lange tijd waarin deze waarden een beetje oubollig werden verwezen naar de tijd van de verzuiling.
Voor sommigen zal de film met zijn aandacht voor oude waarden en het begrip schuld moralistisch en nostalgisch overkomen: “zelfs de oorlogen waren toen beter”. Alsof een oorlog die met zwaarden wordt uitgevochten nobeler is dan een met bommen en vliegtuigen. Een belangrijke vraag is dan: werkt het, dat offer van Aslan? Komt het over op het scherm of verdrinkt het in Disney-moralisme? Misschien een grotemensenvraag, want kinderen zullen er niet om malen. Mij kwam het offer door de eenvoud waarin het werd uitgebeeld, wel geloofwaardig over. Ook daarin volgt de film het boek, dat wel een reden geeft over het waarom van de opstanding, maar er verder weinig woorden aan vuil maakt. Het sjabloon van de held die terugkeert uit de (bijna) dood wordt overigens in veel films toegepast: Superman, The Terminator en natuurlijk The Matrix, om er een paar te noemen. Elk van die films vraagt een zekere dosis geloof van de kijker, dus daarin staat deze film niet op zich. In de film over Narnia (en in het boek) is het redelijk rechttoe-rechtaan uitgewerkt, als een soort oerbeeld van dat sjabloon.
Gaat uw kind hiervan dromen? Er komen nogal wat monsters in voor, loerende wolven, een heks die wezens in steen verandert, een veldslag en zo meer. Dus: ja, misschien gaat het ervan dromen, maar het gaat er zeker over nadenken: “kan dat dan ook, dat iemand vrijwillig in plaats van jou gestraft wordt?” Er zijn niet veel films waarin het offer van Christus zo duidelijk wordt neergezet, zonder ongeloofwaardig of ridicuul te worden, en waarin kinderen tegelijkertijd kind mogen blijven én volledig serieus genomen worden. En de toverij, die valt voornamelijk op door de achteloosheid waarmee Lewis die in het verhaal verweeft. Het gaat hem niet om toverij, maar om een wereld van goed en kwaad en dat die wereld ook een spirituele dimensie heeft. Het is vanwege magic dat de heks haar offer opeist maar ook door (diepere) magic dat Aslan weer tot leven wordt gewekt. En wat wij toverij noemen is daar maar een zwakke afspiegeling van. Iets om over na te denken.
Geen kritiek? Ik was van tevoren een beetje beducht dat de film te veel op die andere spektakelfilms als De ban van de ring zou lijken, maar dat bleek mee te vallen. Je zou kunnen zeggen dat de film wel erg braaf het boek volgt. En misschien dat Aslan wat al te nadrukkelijk een digitale leeuw was, te mooi, te glad. En we weten allemaal dat hij geen tamme leeuw is. Dat was het enige punt waarbij ik dacht: “Disney”.
(Eeerder verschenen in Opbouw)
Zie ook de achtergrondartikelen 'Het sprookje is de buitenlucht' en 'Narnia zal uw geloof redden' van Reinier Sonneveld in het artikelengedeelte op deze site.
Recensie van Michiel van Hout,
overgenomen van www.katholieknieuwsblad.nl:
Omdat de Narnia-boekenreeks zo'n succes is, besloot producent Mark Johnson al in een vroeg stadium dat de verfilming zo authentiek mogelijk moest zijn. Daarom riepen hij en Shrek-regisseur Andrew Adamson de adviezen in van de stiefzoon van Lewis, Douglas Gresham. Hij zag erop toe dat de film zo werd als zijn stiefvader, wiens nalatenschap hij beheert, dat graag zou zien. Bij de bewerking hebben zij zich dan ook niet zo'n grote vrijheden veroorloofd als dat bij The Lord of the Rings is gedaan.
Het idee dat Lewis liever geen verfilming zag, houdt volgens Gresham verband met de ‘primitieve' staat van het filmen in die tijd, die alleen maar potsierlijke poppenkast zou opleveren en niet de kern van het verhaal. Waar dat voor de BBC-serie uit 1988 nog zou kunnen gelden, is de huidige stand van de techniek echter zo dat het verhaal sfeervol en levensecht kan worden getoond. Het is duidelijk te zien dat het succes van het fantastische The Lord of the Rings het lef heeft geboden om aan de Narnia-serie te beginnen. De Nieuw-Zeelandse WETA Workshop, die ook tekende voor de techniek en grime van The Lord of the Rings heeft wederom een verbluffende prestatie geleverd.
De Narnia-film verschilt onder andere daardoor minder van de Lord of the Rings-films dan de boeken onderling verschillen. Waar Tolkien alles gedetailleerd beschrijft, daar laat Lewis veel aan de (kinderlijke) fantasie over. Door verfilming wordt dit alles wel ingevuld, waardoor de stijlen visueel dichter naar elkaar toe kruipen. Overigens betekent dat niet dat de fantasie daardoor wordt beperkt: een nieuwe visie prikkelt juist...
Daarnaast is in de Narnia-film de alwetende verteller vervallen, met zijn opvoedkundige en ‘grappige' commentaar, waardoor de toon minder belerend en bekerend is. Dit maakt de sprookjesachtige film meer uitnodigend dan het boek, met name voor jongeren en volwassenen.
Toch ligt de evangelische boodschap er in de film dik bovenop. Waar men in het boek misschien nog over de gelijkenis tussen Aslan en Jezus heen zou lezen, daar laat de film geen twijfel bestaan over het Messiaanse karakter van de leeuw. Bespotting, dood en verrijzenis om een zondaar vrij te kopen zijn onmiskenbaar en gaan gepaard met belichting en muziek die wel wat aan The Passion of the Christ doet denken. Alleen de ‘nederdaling ter helle' is wat ingeperkt, waarbij Aslan alle wezens die door de duivelse witte heks Jadin in stenen beelden zijn veranderd, weer tot leven wekt.
Hoewel Narnia zich primair op kinderen en tieners richt, die ook de hoofdrollen hebben, is de film dus – net als het werk van Tolkien – interessanter voor alle leeftijden dan het boek. Hierin ligt een belangrijk verschil met de Lord of the Rings-films, die juist vrij zwaar en spectaculair zijn. Op een enkel element uit de finale veldslag na, die voor jonge kinderen wat heftig kunnen zijn, is The Lion, The Witch and the Wardrobe goed voor het hele gezin, waardoor een groter publiek kan kennismaken met christelijke fantasiefilms. Familieliefde en –trouw is ook een van de mooist uitgewerkte thema's. De vier kinderen/tieners, met name de jongste, spelen de omgang met elkaar aanstekelijk.
Wie van Narnia houdt komt niet bedrogen uit en ook wie vanwege de vertelstijl de boeken niet fijn vond om te lezen, zal zich met de film geen minuut vervelen. Het is allemaal nog mooier en beter dan Lewis zou hebben kunnen wensen...
|